Wandelen en Fietsen met Karin Klappe

Karin Klappe
Geschreven door Karin Klappe
Leestijd: 13 minuten
juli 2020

Rondje fietsen in noordoost Friesland

Het is een hele zomerse dag met gelukkig wind ter verkoeling. Ideaal om door open landschap te fietsen. We vertrekken vanuit Anjum. We fietsen al gauw tegen een hek aan. Het pad dat Dick wil fietsen loopt dood op de NAM-locatie. Dus fietsen we terug, langs Esonstad, langs golfbanen of pitch and putt, even erg, en komen zo toch op het weggetje dat Dick wil hebben. We vinden nog een nieuw fietspad en dan zie ik wat bekends komen. We zijn bij Ezumakeeg.

Ezumakeeg, de vogelkijkplek bij uitstek. Een wijde blik over het Lauwersmeer. Altijd wat te zien. En altijd wat te praten. Niet alleen over vogels maar ook levensvraagstukken worden al kijkend door de verrekijker met iedereen op het bankje besproken. Een vrouw met een zere voet (gesprekje) zegt dat een visarend nest zichtbaar is bij de uitkijkbult bij Kollumerpomp. Ondertussen zijn wij weggebrand door de zon en te weinig wind en heb ik mijn eerste inkttekeningetje gemaakt.

We fietsen naar Kollumerpomp. Mooi langs Dokkumer Nieuwe Zijlen, en dan onderlangs het Lauwersmeer. Door het bos. Als laatste over een hotsenklotsend wandelpad naar de uitkijkbult. Er staan al 4 mannen en wij gaan in de andere hoek staan. Het uitzicht is prachtig. Niet alleen de vogels die we zien. Wijds uitzicht over het meer met her en der een zeilbootje.

Er lopen ook koeien, die half in het water staan. We zien geen visarend, wel 2 zeearenden. Ze zweven hoog en groot aan de blauwe hemel. Hun nest is aan de overkant in de bomen. Dick is hier natuurlijk nooit uitgekeken. Ik ga op het trapje zitten en zie dat de grassen ook mooi zijn. Ik schets ze met mijn inkt.

We fietsen terug, over een ander hobbelpad. Bij Dokkumer Nieuwe Zijlen gaan we het toeristisch fietspad op langs het Dokkumer Grutdjip. Het is prachtig, het water kronkelt naast ons, wuivend riet, verre uitzichten op Friese dorpjes. Op sommige plekken liggen bootjes voor anker, met boottoeristen. Er zijn ook veel fietstoeristen.

Dokkum is een leuk stadje. Leuk om, als het niet 30 graden is, rond te lopen. Nu fietsen we erdoor en bij toeval vinden we een fietspad over de oude spoordijk van het Dokkumer Lokaaltje. Helaas niet het hele voormalig spoor is fietspad. Zo komen we toch weer op de weg uit. We fietsen langs akkers met bloeiende aardappels. Die hebben een heel specifieke geur. Stinken, zegt Dick. We komen een aantal kruisingen tegen waar een vreemde keus voor de fietser is gemaakt. We komen door dorpjes als Hantumerútbuorren en Nes. Leuke dorpjes, echter we vinden er geen koud biertje of ijsje. Ook geen planten- of boekenstalletje. We komen bij Moddergat. Paesens-Moddergat is een weg onderlangs de dijk met vissershuisjes. Het oogt haast als een openluchtmuseum, zo mooi. Bij Yke Muoi Kofje & Tee Drinkerij genieten we van een heerlijk IJsko ijsje. Dan gaan we de dijk over en fietsen we over de pier het Wad op.

Dit is echt prachtig, zoveel wijdheid om je heen. Dat maakt dit plaatsje ook speciaal. We willen hier een poosje zitten maar willen niet de man-alleen storen op het einde van de pier. We gaan halverwege zitten en worden overvallen door vliegjes. Dan maar op de dijk zitten. Daar is een bankje. Een schaap ligt er languit op, andere schapen ervoor en eronder. We stoppen en ik wil hier een foto van maken. Er komt een ander stel aan en de man jaagt zo de schapen het bankje af en gaat zelf zitten. En gaat dan de schapen weer lokken. Bèhbèh. Hierna hebben we geen zin meer en fietsen verder. We komen langs een veld waar een pretpakket is uitgezaaid. Biologisch misschien niet nuttig, het levert wel een kleurrijk veld op, een lust voor het oog tussen de aardappelvelden. We doen nog een ommetje via Lioessens en dan zijn we terug in Anjum.



februari 2020

Een moeilijke fietstocht langs een absurde geschiedenis

Karin Klappe

Als we na een steile klim over een koeienpaadje door een weiland moeten afdalen, dan weten we het zeker: de bedenker van deze fietsroute heeft de route nooit zelf gefietst. We zijn dan al een paar honderd kilometer aan het kronkelen langs het voormalige Ijzeren Gordijn in Duitsland. De Europa-Radweg Eiserner Vorhang loopt door heel Europa, van de Zwarte Zee tot boven in Noorwegen. Wij fietsten het Duitse deel, Deutsch-Deutscher Radweg, am “Grünen Band” von Lübeck nach Hof. Wij waren begonnen in het zuid-oosten van Duitsland, bij Hof, het Dreiländereck van Oost-Duitsland, West-Duitsland en Tsjechië. Dit is een idyllische plek, een beekje en bomen en een graf van een onbekende soldaat. Zo vredig was het hier dus ooit niet.

 

 

Vanaf daar volgden we de route. Hier aangegeven met blauwe bordjes met 13 erop, van Euroveló 13. We reden direct verkeerd. En dat zal niet de eerste keer zijn. Aan deze zuidkant van de voormalige grens staat de route niet (goed) aangegeven. We moesten vaak stoppen, boekje en gps raadplegen. Later blijkt dat we in de 700 km 41 keer fout zijn gereden. En onervaren zijn we niet; het is ons 15e Bikeline boekje.

We hebben ook niet eerder zo intensief gefietst. Het was klimmen en dalen, vaak onverhard met losliggende gravel of een bospad. Het is soms zo absurd steil dat ik (op een elektrische fiets) niet verder kwam en Dick mijn fiets omhoog moest duwen. Het onmogelijkst waren de kolonnenwegen.

 

De kolonnenwegen horen bij het thema van deze fietsroute. Geregeld is er nog een stuk Muur blijven staan als aandenken. Met een bord erbij met foto’s van het begin tot het eind in 1989. Direct de eerste dag kwamen we door het dorpje Mödlareuth. Daar liep de grens en dus de Muur dwars doorheen. Nu kon je nog goed zien hoe het aan de Oost-Duitse kant was: er stond de muur, dan een stuk leeg land om goed zicht te hebben, en dan een betonweg, de zgn. kolonnenweg. De betonplaten hebben gaten in de lengterichting; je fietswiel past er precies in. Deze aandenkens aan de Eiserner Vorhang maakten grote indruk. We wisten het allemaal wel, het is in ons leven gebeurd. Maar om er zo bij te zijn en te zien hoe het WAS, dat deed veel met ons.

 

                  

We kronkelden om de grens Bayern Thüringen en dit is erg leeg land. Er zijn goed onderhouden dorpjes met sporadisch een winkel, geen camping, soms een pension of hotel. Landschappelijk is het mooi. De route gaat door het Thüringerwald en het Schiefergebirge. Schiefer is leisteen. Dat wordt hier gewonnen en ook veel gebruikt om huizen mee te bedekken. We kruisten de oudste wandelroute van Duitsland, de Rennsteig. Misschien is het voor ons beter om hier eens te wandelen.

 

       

De bordjes van onze fietsroute verschenen opeens weer. Echter ze wezen een andere kant op dan de route in het boekje. Dit bracht ons in twijfel, maar besloten toch de bordjes te volgen. Zo kwamen we in Schalkau waar alle pensions (2) vol met bouwvakkers zaten. We konden uiteindelijk een 6-persoons vakantiehuis huren bovenop een heuvel bij een oude burcht. Een prachtig plekje en helemaal niet op de route.

Bij Bad Rodach was het wat drukker. Het landschap is pastoraal, Deutsche Heimat. De dorpjes, met vakwerkhuizen, zijn levendig. Er is een Bäckerei! En we kwamen andere fietsers tegen!

 

 


 

Een bijzonder hotel is berggasthof Bayernturm. In 1966 is er een toren (turm) gebouwd aan de West-Duitse kant (Bayern) om uit te kijken over Oost-Duitsland en ook zo dat de Oost-Duitsers de toren konden zien en zo konden ervaren dat ze niet vergeten waren. Een soortgelijke functie had ook het uitkijkpunt Heimatblick. We vonden het intriest.

 

 

 

In Fladungen konden we weer kamperen. De camping is bij het sportcomplex en heeft vaste plaatsen voor caravans met lichtjes. Op overplekjes langs het pad mag je je tent opzetten. Alle bejaarden kwamen even een praatje maken. Fladungen zelf is een juweeltje van een stadje. Groot gedeelte van de stadsmuur en het centrum zijn nog intact. We hadden zo een prachtig avondwandelingetje. Bij onze volgende stop, weer een camping bij een sportcomplex, ontmoetten we een Belg die met een fiets zonder versnellingen op weg is naar Praag. De vele en steile heuvels nog in benen en gedachten betwijfelde ik of hij ooit aan zal komen.In Herigen zagen we surrealistische witte bergen; Monte Kali, de afvalbergen van de kali-mijnbouw. Hier gaat onze route de Werra volgen en werd het een tocht met het ultieme zen-fietsen. Nauwelijks klimmen. Het was voornamelijk fietspad of weg van de weg. Het was groen. Er was de rivier en de auen en felsen. Er waren bomen, bloemen, zon en windje. En dorpjes met een Biergarten (helaas vaak dicht). De Werra was niet de grensrivier. De voormalige grens liep soms dwars door de rivier en de Muur dus ook. Daar waren weer indrukwekkende fotoborden van. “Onze” route bordjes doken ook weer op. De route heet hier ICT (iron curtain trail).

 

                           

 

We namen afscheid van de Werra en klommen een waterscheiding over naar de Leine- Heide-Radweg. Met gemengde gevoelens eindigden we deze tocht in Göttingen. Fysiek was het voor mij te zwaar. Vooral de eerste dagen was het absurd waar we overheen moesten fietsen. Dat is jammer want het landschap is erg mooi. Van de Werra hebben we genoten. En de restanten van de Muur hebben veel indruk op ons gemaakt. De route loopt verder door de Harz, langs de Elbe en eindigt in Duitsland in Lübeck. De pittige klimmetjes van de Harz sla ik liever over. Vanaf de Elbe wil ik graag nog wel eens naar Lübeck fietsen.

 

 


 +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Te voet door de wilde natuur van Slowakije

Een wandelvakantie in Centraal-Europa

Karin Klappe

 

We wilden graag ergens wandelen waar bloemen, vogels en vlinders zijn, gewoon in het landschap. We hoopten dat in Slowakije te vinden. Met drie snelle treinen door Duitsland waren we binnen een dag in Wenen. Vanaf daar gaat er een regionaal trein naar Bratislava. Daar haalden we onze gereserveerde Skoda op, waarmee we ons door Slowakije verplaatsten. In het noorden van het land zijn de bergen van de Tatra en het beroemde Slowaaks Paradijs. Wij kozen voor het zuiden, langs de grens met Hongarije. Rustiger dachten we en we wilden naar de Slowaakse Karst voor bijzondere flora en orchideeën.

Ons eerste verblijf was op camping Lazy, Cerovo, bij Velky Krtis. Het is een heel landelijk gebied en vanaf de camping kun je vele wandelingen maken door bos en velden en langs beken. Verwacht niet een bruggetje als je een beek over wilt steken. Hups van steen naar steen of haal natte voeten. Arnold en Bernadette van camping Lazy hebben wandelingen vanaf de camping beschreven. We hadden slecht weer, dus alle beken waren goed gevuld met water. Het pad was zelf ook vaak een beekje. We zagen prachtige paddenstoelen zoals de koraalzwam. Maar er waren ook bloemen.

vanuit je tent loop je zo de natuur in

Anjers in de berm is heel gewoon. Ook een fraaie paarse bloem waarvan we de naam nog niet weten. Voor de natuur hoef je de camping niet af. Zittend voor onze gehuurde pipowagen zagen we vele vogelsoorten (de camping houdt een soortenlijst bij) en ’s avonds verschijnen de damherten langs de bosrand en rent er wel eens een vos door je beeld.

kleine nederzettinkjes maken het landschap heel divers

Er is een mooi stadje op een uurtje rijden, Banská Stiavnica. Met 2 burchten, smalle straatjes en een Kalvaria. We klommen de hele staatsie. Mooie kapellen en mooi uitzicht over de groene heuvels. Bovenop bij de kerk fladderden tientallen koninginnenpages in het rond. Het was een dag dat de zon eindelijk scheen en de vlinders tevoorschijn kwamen. Prachtig.

Met een mooie wandeling door veld en bos klim je naar de vervallen burcht Cabrad. Ook daar weer uitzicht over heuvel na heuvel met bos begroeid. Op de stenen van de burcht groeien allerlei rotsplantjes, een waar rotstuintje zoals ik wel graag in mijn tuin zou willen hebben. Burchten bovenop een heuvel is iets wat wij meer zagen onderweg. Ze zien er heel middeleeuws uit en dat zijn ze ook. Ooit aangelegd om de verbindingswegen van Hongarije naar de mijnen van Slowakije te beschermen.

 

Kerkje met karakteristieke toren

Camping Lazy is de zuidelijke camping van Rondje Slowakije; kleine en groene campings van Nederlandse eigenaren. De oostelijke camping is Sokol in Vysny Medzev. Het dorpje ligt tussen het Slowaaks Ertsgebergte en het Nationale Park Slovensky Kras. Het is een typisch dorp van hier, een beek met groenstrook en waterputten in het midden, aan weerszijden de huizen, en achter de huizen lange tuinen met boomgaard (met camping) en moestuin. Rondom het dorp is een wandeling uitgezet die de geschiedenis weergeeft van de streek. En sowieso kun je ook hier vanuit je tent alle kanten op wandelen.

Als kaart hadden wij Turistický autoatlas Slovensko gekocht bij De Noorderzon. En de beide campings hebben goede kaarten voor hun gasten. Op de kaarten zijn de wandelroutes ingetekend. Het zijn geen rondwandelingen. Maar een heen-en-weertje is echt geen straf. De routes zijn ook goed gemarkeerd. Andere eventuele wandelpaden op de kaart komen heel vaak niet overeen met de werkelijkheid. Het zijn bosbouwpaden geweest die nu alweer overwoekerd zijn. En er zijn weer nieuwe bosbouwpaden bijgekomen. Dit kan heel verwarrend zijn. Over landweggetjes is het wel goed wandelen. Het is er niet druk namelijk.

de routemarkering laat niets te wensen over

We maakten drie wandelingen in een klein gedeelte van het Karst gebied. Vanuit Zádiel liep de route door een fantastische kloof. Het is behoorlijk klimmen om vanuit de kloof op het plateau te komen. Geregeld stonden we stil om toch van het uitzicht te genieten. En van de rotsplantjes zoals anjers en huislook. Boven hoopten we allerlei mooie orchideeën te zien. Of het aan het slechte weer lag of dat ze er gewoon niet zijn, we weten het niet, ze waren er namelijk niet. Teleurgesteld liepen we verder, speurend naar de orchidee. En toen gingen onze ogen open voor wat er wél allemaal groeit en bloeit. Het is halfopen terrein en het gras is een kleurenzee van bloemen. Witte anemonen wapperen in de wind. Dan weer lopen we door beukenbos met monumenten van beuken. Als het weer dan zo slecht wordt dat we door de wolken lopen, dan hebben we echt het gevoel in een andere wereld te zijn. Vanuit Haj wandelden we door een minder steile kloof naar Hacava en dan omhoog. En als laatste wandelden we vanuit het noorden, vanuit Stós, naar boven; door eindeloze heuvels (of bergen?) dicht bebost. Hoeveel beren leven daar wel niet?

Witte anemonen wapperen in de wind

Na twee weken platteland zijn we terug in Bratislava. We verbleven in het appartement van de vriendelijke Juliana. Een Slowaakse die opgegroeid is in Nederland en het fijn vond weer eens Nederlands te praten. Op de begane grond is het literair café waar we een heerlijke salade aten en ik de lekkerste jasmijnthee ooit gedronken heb. ’s Avonds liepen we langs de Donau en door het oude centrum. Het verschil met het platteland is immens. De mensen zien er anders uit en gedragen zich ook anders. Op deze zomerse lenteavond wandelen, fietsen, skaten de veelal jonge mensen. De winkels en restaurants hebben allerlei hip eten en op de terrassen zitten echt niet alleen toeristen. Een mooi einde van deze 2 weken Slowakije. En vonden we wat we zochten? Dat moet toch wel duidelijk zijn na dit verhaal.

 

 

Karin Klappe
Karin Klappe
Karin Klappe woont in het noorden van Groningen. Ze houdt ervan te wandelen en te fietsen in de natuur en dat hoeft echt niet spectaculaire natuur te zijn. Ze doet dit samen met Dick, een professioneel vogelkijker. Onderweg maakt ze foto’s en tekeningetjes en eind van de dag worden de indrukken opgeschreven. Dat vormt de basis van deze stukjes.